Thursday, August 4, 2011

John Stott overleden

John Stott (1921-2011) bracht eenheid

LONDEN - Een van de boegbeelden van de evangelicale beweging in de twintigste eeuw, de Britse theoloog John Stott, is woensdag op 90-jarige leeftijd overleden.

Hij was een hervormende evangelical die zich zijn leven lang inzette voor eenheid onder christenen.

John Robert Walmsley Stott was in aardig wat opzichten de stereotype Engelsman: scherpzinnig, geordend en evenwichtig, gevoel voor humor, punctueel en een beetje introvert en gereserveerd. En een tikkeltje wereldvreemd, zo bleek af en toe. In 1956 vierde Stott Kerst in het gezin van Billy Graham, de Amerikaanse evangelist die een goede vriend was van de Britse theoloog. In zijn sok met cadeautjes trof hij een pakje aan met een onbekend opschrift, zo beschreef Agnes Amelink de anekdote in Trouw eind jaren negentig. ‘Het begon veelbelovend met ‘deo’ en het vervolg deed denken aan een geschenk. Het godsgeschenk was een busje deodorant.’

traditioneel

John Stott zal niet in de eerste plaats worden herinnerd door zijn theologische opvattingen, want die waren grotendeels traditioneel. Stott maakte wel faam als (Bijbelgetrouwe) leraar en bruggenbouwer. Zowel binnen de evangelische wereld als daarbuiten zocht hij naar eenheid. Het Amerikaanse tijdschrift Time rekende hem zoveel invloed toe dat het in 2005 Stott in de top-100 invloedrijkste mensen ter wereld plaatste.

13 februari 1938. Op die zondag kwam John Stott als 16-jarige jongen tot geloof, zo zei hij zelf. Hij werd meegenomen naar een toespraak van de evangelist Eric Nash, die sprak over de vraag van Pilatus: ‘Wat moet ik dan doen met Jezus die de Christus wordt genoemd?’. Jaren later zei Stott er zelf over: ‘Voor het eerst hoorde ik dat ik iets moest doen met Jezus. Dat was nieuw voor me. Ik had tot dan toe altijd gedacht: Jezus heeft gedaan wat hij moest doen, en ik hoef me daar alleen maar bij neer te leggen. Nu kreeg ik te horen dat je hem of laf kon verwerpen, als Pilatus, óf hem persoonlijk kon aannemen en volgen.’

Diezelfde avond besloot John bij wijze van experiment ‘zijn hart te openen voor Jezus’. ‘Ik zag geen lichtflitsen, hoorde geen donderslagen, voelde geen elektrische schokken door mijn lijf. Eerlijk gezegd voelde ik helemaal niets. Ik kroop gewoon in bed en viel in slaap.’

geen spektakel

Het verhaal zegt veel over Stott. Het is aan de ene kant een klassiek evangelisch bekeringsverhaal: Stott wist zich jaren later het precieze tijdstip nog nauwkeurig te herinneren. Wel evangelisch dus, maar geen spektakel. Hij was wars van geloven puur op emotie, zonder verstand. Hij zag het menselijk verstand als geschenk van God. Waarschijnlijk speelde zijn opvoeding hierin een grote rol. Zijn vader was medicus en wetenschapper, en bewust agnost. De bekering van zijn zoon betekende een breuk tussen de twee.

Stott maakte als student in Cambridge indruk met zijn studieresultaten. Eerst als letterenstudent, daarna in de theologie. Met 29 jaar werd hij al rector van de parochie van All Souls, een anglicaanse kerk in Londen, die hij zijn hele leven trouw bleef. De kerk diende als uitvalsbasis voor veel internationale contacten. In de jaren die volgden verwierf Stott bekendheid met de talloze boeken die hij schreef en de toespraken die hij over de hele wereld hield. Daarin etaleerde hij niet zozeer nieuwe theologische opvattingen, maar verwoordde hij op een frisse en verhelderende manier wat fundamenteel is in het christelijk geloof, zodat lezers van zijn boeken en luisteraars van zijn toespraken vaak dachten: ‘Dit klopt! Zo heb ik het nog nooit bekeken’.

magnum opus

Zijn boek Het kruis van Christus zag hij als zijn magnum opus. Daarin stond Galaten 6:14, zijn favoriete Bijbeltekst, centraal: ‘Maar ik – ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld’.

De Britse theoloog kon nauwkeurig formuleren en was vaak verrassend genuanceerd. Over de vraag of wonderen nog steeds gebeuren, zei hij bijvoorbeeld eens: ‘We verwerpen zowel de scepsis die wonderen ontkent als de vooringenomenheid die ze eist’. Halverwege de jaren negentig liet hij zich kritisch uit over de zogenaamde ‘Toronto’-zegen, een fenomeen waarbij mensen heftige emotionele uitingen ondergaan: het lachen of huilen, op de grond vallen of het uitstoten van dierengeluiden, worden door voorstanders beschouwd als uitingen van de Geest. Stott zei erover: ‘In de hele Bijbel wordt duidelijk dat mensen zich van dieren onderscheiden. De Bijbel stelt ons onder kritiek, als we ons als dieren gaan gedragen, en roept op tot een heldere afbakening.’

verbinding

Waar John Stott de meeste lof mee oogstte, was zijn vermogen tot het verbinden van mensen. Hij was een diplomaat op zoek naar eenheid onder christenen. Hij waarschuwde ooit tegen ‘de pathologische neiging tot versnippering’ onder evangelischen, waardoor men zich afscheidt ‘van iedereen die niet op dezelfde manier zijn veters strikt als wij’. Wat Stott betreft kunnen christenen over heel veel zaken van mening verschillen, als er maar eenheid is in het belijden van Vader, Zoon en Geest. ‘In waarheid eenheid, in twijfelgevallen vrijheid, in alle gevallen liefde’, was een van zijn uitspraken.

Zijn inzet voor eenheid kwam het beste naar voren in de jaren zestig en zeventig. Samen met zijn vriend Billy Graham had hij een grote rol in oecumenische discussies. In die periode naderde de polarisatie tussen ecumenicals en evangelicals het kookpunt. Evangelischen werd verweten eenzijdig gericht te zijn op het eeuwige zielenheil van mensen. Ze zouden te weinig oog hebben voor maatschappelijke actie.

In deze polemiek speelde John Stott een sleutelrol. Hij stond met Graham aan de wieg van de eerste Lausanneconferentie in 1974, waar 2500 christelijke leiders spraken over evangelisatie. Daar moest hij die beide groepen bij elkaar zien te brengen. Stott mocht de openingstoespraak van de conferentie houden over evangelisatie. ‘In de Bijbel staan twee instructies’, zei Stott. ‘“Heb je naaste lief” en “gaat heen en maak discipelen”. Sommigen onder ons doen alsof deze twee dingen hetzelfde zijn, zodat als we het evangelie hebben gedeeld met iemand, daarmee onze verantwoordelijkheid om van diegene te houden stopt. Maar dat is niet zo. Als we werkelijk van onze naaste houden, zullen we hem zonder twijfel het goede nieuws van Jezus vertellen. Maar ook: als we werkelijk van onze naaste houden, dan zullen we daar niet stoppen.’

breuk

In de jaren zestig was eenheid ook een kwestie in zijn eigen anglicaanse kerkgenootschap. Dr. Martin Lloyd-Jones riep in 1966 tijdens een nationale vergadering van evangelischen zijn geestverwanten op zich af te scheiden van de Anglicaanse Kerk. Stott was voorzitter van de vergadering en liet direct weten het niet met Lloyd-Jones eens te zijn. Het gevolg was dat een aantal evangelischen inderdaad de Anglicaanse Kerk verliet. Waarschijnlijk was het aantal veel groter geweest als Stott zich niet daartegen had uitgesproken.

De breuk greep hem aan, zei hij later. ‘Toch ben ik er nog altijd van overtuigd dat we onze boodschap binnen de kerk moeten uitdragen.’ Hij zou er naar eigen zeggen pas uitstappen als bepaalde duidelijke grenzen worden overschreden. Als zijn kerk zou besluiten homoseksuele relaties goed te keuren bijvoorbeeld. ‘Ik zou, denk ik, nog een paar jaar blijven om te waarschuwen, maar dan met pijn in mijn hart uit de kerk stappen.’

evangelicale paus

De joodse columnist van de New York Times, David Brooks, noemde John Stott in 2004 ‘de evangelicale paus’. Stott is volgens hem de beste, breedst geaccepteerde en meest aimabele voorman van het wereldwijde evangelicalisme. Brooks hekelde het feit dat ‘gladde tv-dominees’ als woordvoerders van het evangelicalisme worden gezien, en mensen als Stott genegeerd worden. De Britse theoloog heeft volgens Brooks enorm veel invloed gehad op talloze predikers. ‘Door de jaren heen heb ik honderden evangelicalen gesproken die precies klonken als Stott. Hoe dat klinkt? Hij heeft een vriendelijk, hoffelijk en natuurlijk stemgeluid. Hij is nederig en zelfkritisch, maar ook vol van vertrouwen, levenslustig en optimistisch.’

John Stott verbleef sinds een aantal jaren in een bejaardentehuis voor anglicaanse geestelijken in Zuid-Engeland. Daar overleed hij woensdag 27 juli 2011.

  • geplaatst:
  • 28-07-2011 - 12.46

Thursday, June 30, 2011

Noteworthy CIMS Events

As CIMS is concerned about the theory and the praxis of mission I would like to make reference to a number of noteworthy events which deserve attention in this chronicle. First of all the conference for the European partners of the Reformed Mission League in the Protestant Church in the Netherlands (PKN), a mission agency which celebrated its centenary last year, hosted by CIMS in Budapest. This is not only a noteworthy event because a mission agency is serious about consulting partners concerning their strategic plan for the next five years. That in itself is also significant. The other reason is that Akil, one of the Albanian partners, shared that many churches have been established since 1991, and in fact they have no church history. Soon the connection was made with Hungarian mission history, that in the late 1930ies a Hungarian Reformed pastor Lajos Parragh served as a missionary in Albania. We showed him the Albanian songbook he had donated to the CIMS library. Now Akil has registered for the CIMS MTh in Missiology program. Mission is about connecting and learning!

A second significant development is the building of bridges between “East” and “South”. For many years links between “East” and “West” have been frequent, as have been the connections between “West” and “South”. A delegation of St. Andrews Presbyterian Church in Nairobi, Kenya paid a visit to the Reformed Church in Hungary with the purpose of re-connecting, since in 1974 another Hungarian Reformed pastor, Dr. János Pásztor served as a missionary in Kenya, teaching at St. Paul’s Seminary in Limuru, Kenya. The delegation was greatly impressed by the work of the Reformed Rehabilitation centre for drug and alcohol addicts, but also greatly disturbed someone making the remark: Hungarians never marry Roma. It seems that a hidden cast system is existing in Hungarian society. They also visited CIMS, and were surprised discovering that the local congregation as the main agent in mission, and that Mission is nature of church, not additional part, like „church with a mission program”. Apollo came up to me after the presentation: I would like to learn more about that perspective! Now he joint the CIMS MATHEM program.

A third remarkable event was the Dutch-Hungarian partner congregation’s conference in early May in CIMS, the fruit of a series of thematic days on “New developments in twinning links with churches in Central and Eastern Europe”. Almost 20 members of a Reformed congregation in my village of birth, Oud-Alblas, and 20 members of their partner congregation in Sigisoara (Segesvár), Romania, met for a three days program in Budapest, with site visits to new church plants and urban social projects, sharing about the challenges each church faces, and lively interaction and discussions (with simultaneous translation assistance from Dutch language students) how they could help each other to “Together Witness of Christ today”. Many Reformed congregations in the Netherlands have maintained twinning links with churches in former Eastern Europe, especially in Hungary and Romania, for two or even three decades, in which a paradigm shift is taking place from a rather one directional, humanitarian aid focused relationship, from the “haves” to the “have-nots” into a bi-directional relationship, how to encourage each other to be missional church today. CIMS provides training and consultancy in these processes, and students research its history and current developments.

Monday, June 20, 2011

"Wie is later jouw buschauffeur?"

Vrijdag 17 juni 2011 | Peter Jorna

In de zes maanden dat Hongarije voorzitter van de EU is, was het Roma issue ‘Top Prioriteit’. Ook een aantal ambassades ging serieus aan de slag met het onderwerp. In Nederland organiseerde de Hongaarse ambassade samen met Clingendael op 14 juni een conferentie over de integratie en ontwikkeling van Roma in Europa. Centraal thema: 'Hoe zorg je ervoor dat Roma betrokken zijn en zich betrokken voelen bij de samenleving?'

Lees verder: http://www.wereldjournalisten.nl/artikel/2011/06/17/wie_is_later_jouw_buschauffeur_roma_vraagtekens_b/

Tuesday, May 31, 2011

Conferentie in Boedapest en een bezoek aan Sighisoara

De dag is nog maar enkele uren oud en het is al een drukte van belang op de parkeerplaatsvoor Berea. Het is 4 mei en vandaag vertrekken er zeventien Oud-Alblassers richting Boedapest om daardeel te nemen aan de gemeentecontacten conferentie ‘Samen getuigen van Jezus Christus in deze tijd’. Dominee van Weelden opent de reis met het lezen van Psalm 121. Daarna vertrekken we richting het vliegveld in Eindhoven. Het is nog maar half elf als we na een voorspoedige vlucht voet zetten op Hongaarse bodem. Met een aantal taxi’s worden we naar ons onderkomen voor de komende drie nachten vervoerd. Op de zevende verdieping van een studentenflat bevindt zich het Professor Gasthaus. Bijna de hele verdieping is afgehuurd voor de conferentiegangers uit Nederlanden Roemenië. Als iedereen geïnstalleerd is gaan we op pad om wat meer van Boedapest te ontdekken. Onder begeleiding van twee Hongaarse studenten die Nederlands studeren bezichtigen we met de ‘hop on hop off-bus’ verschillende bezienswaardigheden zoals het Buda kasteel en de Mattyas-kathedraal. En we genieten van een prachtig uitzicht op de Donau en het imposante Parlementsgebouw. Aan het eind van de middag gaan we met de taxi naar het huis van Anne-Marie Kool waar we zeer warm onthaald worden met een heerlijke maaltijd. Rond 8 uur houden we hier twee minuten stilte in verband met de dodenherdenking waarna we met elkaar het Wilhelmus zingen. Een bijzondere ervaring zo ver van huis. We gaan weer terug naar het hotelwaar de Roemeniëgangers ondertussen ook gearriveerdzijn en het duurt niet lang of iedereen maakt zich klaar voor de eerste nacht in Hongarije.

Het vroege ontbijt op 5 mei gaat gepaard met hartelijke begroetingen met de ‘Roemenen’. Voor de één een eerste kennismaking, voor de ander een blij weerzien. Tegen achten verlaten we te voethet hotel om naar het Central and Eastern Institute for Mission Studies (theologische universiteit) te gaan. Na een wandeling van zo’n twintig minuten arriveren we bij de universiteit aan het Calvijn plein in het centrum van Boedapest. Ds. van Weelden opent de conferentie met een meditatie over Joh. 20: 21b ‘Gelijkerwijs Mij de Vader gezonden heeft’. Daarna vertelt Anne-Marie Kool, die de leiding heeft deze dagen, wat het doel is van de conferentie ‘Samen getuige zijn van Jezus Christus in deze tijd.’ We hebben in Nederland en in Oost-Europadezelfde vragen. Samen vormen we een kleurige wereldkerk. We kunnen veel van elkaar leren, maar daarvoor moeten we elkaar eerst proberen te begrijpen. Omdat begrijpen te bevorderen gaan we deze morgen eerst naar elkaar luisteren. Allereerst vertellen de mensen uit Roemenië wat de zorgen zijn binnen hun kerk. Uit het verhaal dat we horen merken we dat de tijd van het communisme diepe sporen heeft achtergelaten, die nog steeds merkbaar zijn. Veel ouderen in de dorpen willen niets met de kerk te maken hebben vanwege de pijn die ze geleden hebben tijdens het communisme. Dat zege en geld heeft, is niet het grootste probleem waar de gereformeerde kerk inRoemenië geconfronteerd wordt. Het grootste probleem is dat ze een hele generatie missen in de gemeente. Veel jongeren studeren verder, maar omdat erin Roemenië weinig arbeidsplaatsen zijn trekken ze na hun studie weg naar het buitenland om daar te werken. Zelden komen ze weer terug. De gemeente bestaat daardoor uit kinderen tot een jaar of 18 en ouderen.
Na de pauze is het de beurt aan de Nederlanders om ter vertellen met welke problemen wij geconfronteerd worden. Leonard Huisman en John de Jong schetsen een beeld van christenen in de Nederlandse maatschappij. Wat ziet de maatschappij aan ons? We laten soms veel te weinig zien wat het betekent om christen te zijn. Daarnaast worden we steeds meer gedwongen om mee te gaan in de wereld. En omdat de mensen in Nederland steeds meer individualistisch worden, gaan we dat ook merken in dekerken. Iedereen heeft zijn eigen smaak en gaat op zoek naar de kerk die bij zijn smaak past. De kerken lopen langzaam leeg.

Na deze verhalen van twee kanten hebben we al veel stof tot nadenken gekregen en is het thema van de conferentie voor ons allen actueel geworden. Want zowel in Roemenië als in Nederland missen we mensen in de gemeente. En wat de reden ook is waarom ze vertrekken, wij worden geroepen om getuige van Jezus Christus te zijn, zodat ze weer met onsmee gaan. We worden geroepen om een missionaire gemeente te zijn. Wat dat inhoudt, vertelt Anne-Marie ons ’s middags tijdens een college dat ze geeft aan haar studenten. Als een gemeente wil veranderen van een gemeente meteen zendingscommissie naar een missionaire gemeente dan is het belangerijk dat een gemeente beseft dat ze er niet voor haarzelf is, maar voor anderen. We hebben zoveel van Godontvangen, dat kunnen we niet voor onszelf houden. Om getuige te zijn van Jezus Christus is het belangrijk dat een gemeente missionair wordt toegerust, maar dat je je ook steeds afvraagt: ‘welke eerste stap (of volgende stap) kan ik zetten? En dan zijn het de kleine dingen die het doen.
Ds. Zoltán sluit deze eerste conferentiedag af met een meditatie over Joh. 14: 18-20. We hebben veel om over na te denken en na te praten. Het is mooi dat we deze dag geen taalbarrière hebben gehad, omdat een aantal Hongaarse studenten die Nederlands studeren voortdurende hebben vertaald wat er werd gezegd. Met alle conferentiegangers nuttigen we het diner in een restaurant nabij de universiteit. Door een verlicht Boedapest lopen we daarna terug naar ons hotel waar we de dag besluiten met een klein feestje, omdat Emese uit Boiu vandaag jarig is.

De tweede conferentiedag, 6 mei, begint op tijd, want om 9 uur zullen we in verschillende groepen Boedapest in gaan om enkelediaconale projecten te bezoeken. Ds. Biró István opent deze dag met een meditatie over Johannes 21:20c ‘zend ik ook ulieden’. Daarna gaan weer in gemengde groepen opuit. Eén van de groepen gaat naar de stichting VISZ (in Nederland bekend onder de naam IKEG, Internationaal KinderevangelisatieGenootschap). Deze stichting houdt zich bezig met evangelisatie onder kinderen.Zo wordt er materiaal ontwikkeld en verspreid voor het houden van kinderclubs,kinderkampen, enz. In het gebouw waar wij ontvangen werdenwas ruimte om mensen te laten slapen. Dat gebeurt regelmatig. Soms gaat het dan om volwassenen die dan toegerust worden om het evangelie te brengen aande kinderen. En soms slapen er kinderen tijdens een kinderkamp.
Een andere groep brengt een bezoek aan de gemeente van Szigetszentmiklos. Een aantal jaar geleden is deze gemeente geplant in een nieuwbouwwijk. Omdat de mensen uit deze wijk eerst niet naar de kerk kwamen, is de kerk naar de mensen gegaan. Dit deden ze onder andere door het organiseren van spelletjes voor kinderen. En via de kinderen werden de ouders bereikt. Nu is het een snelgroeiende gemeente die ook veel alcoholverslaafden opvangt. Een van de gemeenteleden die we ontmoeten is Lajos, een man vanongeveer 50 jaar, die meer dan 20 jaar verslaafd wasaan alcohol. Zijn vrouw heeft al die jaren voor hem gebeden en ineens was hij bevrijdt en genezen. Sinds die dag gaat hij met haar mee naar de kerk, waar hij nu ouderling is. Stralend vertelt hij dat hij door zijn beroep veel mensen ontmoet en zo kan getuigen van de liefde van Christus. De slogan van deze gemeente is: ‘Jezus kan je bevrijden.’ Het geheim is: gebed en zingen en veel doen voor de kinderen in de wijk.

Weer terug op de universiteit wisselen we de ervaringen van deze morgen uit. En daarna is het al weer tijd voor het laatste onderdeel van deze conferentie. Wat neem je mee naar huis? Iedereen vertelt persoonlijk wat hij heeft geleerd. Bijzonder om te horen dat iedereen zijn eigen ‘kruimeltje’ heeft opgeraapt. Bij elkaar wordt dat een heel brood en kunnen we samen een gemeente zijn die getuigt van Jezus Christus in deze tijd. Of het nu in Roemenië is of in Nederland! Arie Karreman spreekt als laatste en bedankt iedereen. Jarenlang heeft hij hier naar uitgekeken en nu is zijn droom werkelijkheid geworden. Ook Anne-Marie uit haar grote blijdschapo ver deze eerste conferentie met mensen uit gemeentecontacten tussen Nederland en Roemenië. We zingen als Nederlandse groep onze Roemeense vrienden Psalm 17:4 toe. Tot slot spreekt Ds. Biró István enkele woorden: Boedapest is de brug geworden tussen Oud-Alblas en Sighisoara.
We besluiten ons verblijf in Hongarije met een boottocht over de Donau. Al varend nuttigen we het diner. Daarna is het tijd om de koffers te pakken.Over enkele uren zal de groep uiteenvallen. Sommigen op weg terug naar Oud-Alblas, de Roemenen per auto naar huis en de Oud-Alblassers die doorgaan naar Roemenië pakken het vliegtuig.

Op 7 mei vliegen we met zijn elven van Boedapest naar Tirgu Mures. Zo komen we aan het begin van de middag aan in Roemenië waar Ds. Ardojan ons met een busje op staat te wachten om ons naar Sighisoarate brengen. Daar worden we afgezet bij de parochie waar we hartelijk worden ontvangen met een voortreffelijke lunch. Na het eten worden we mee genomen naar onze gastgezinnen, om daar de rest van de middag door te brengen. Jammer genoeg is het communiceren in verschillende gezinnen niet eenvoudig omdat de mensen geen woord Engels of Duits spreken. Na een lange autorit van ongeveer acht uur arriveren ook de Roemeense conferentiegangers in Sighisoara.’s Avonds ontmoeten we elkaar in een pizzaria om gezellig met elkaar te eten en bij te praten.
Op zondagmorgen preekt Ds. Biro over het gebed van Hanna. Het is vandaag Moederdag en daar is de dienst op gericht. Na de preekzingen we opnieuw met elkaar Psalm 17: 4. Deze keer zingen we het de hele gemeente toe. Het samenzijn is nog niet afgelopen, want in Roemenië wordt Moederdag niet thuis gevierd, maar in de kerk. Alle kinderen komen naar vorenen zingen verschillende liederen met elkaar zoals ‘Jezus houdt van alle kleine kinderen’. Sommige kinderen zeggen een gedichtje op en allemoeders krijgen bloemen (ook aan de Nederlandse moeders is gedacht!) De tieners voeren tenslotte een soort toneelstuk op. Het is een bijzondere ervaring voor ons allemaal. Met de hele gemeente drinken we koffie in het schooltje naast de kerk. De lunch gebruiken we in onze gastgezinnen waar we ook de middag doorbrengen.

Een aantal van ons gaan ’s middags een stukje wandelen. Tijdens die wandeling komenz e terecht op het zigeunerkamp net buiten het dorp. Wat ze daar zien laat een diepe indruk na. Kinderen zonder kleren, dronken vaders. Het is moeilijk om jeniet beter te voelen dan deze mensen. De wortels van de Roma’sliggen in deze streek, ze hebben hun eigen cultuur en gewoontes die sterk verschillen van de onze. Ondanks hun levenshouding zijn ze toch onze naaste Het is een opluchting als we weer op een vertrouwd adres zijn.
De Nederlandse jeugd maakt aan het eind van de middag een wandeling naar de Burcht vergezeld door de Roemeense jeugd. Weer terug inde Parochia is het tijd voorde jeugddienst. Er wordt veel gezongen en Ds. Ardojan preekt over de maanzieke jongen. Hij houdt zijn preek in het Hongaars, maar heeft hem speciaal voor ons in het Engels vertaald. Zo krijgen ook wij de boodschap van de preek mee: Jezus maakt de verschijnselen niet minder, zoalsmedicijnen doen, maar Hij geneest volkomen. Na de preek wordt er weer gezongen.‘Heer’ ik kom tot U’, klinkt het dan in onze eigen taal. Ontroerend! We worden deze dag echt overladen metgeestelijke en lichamelijke goede gaven. Wat geven de mensen in Roemenië veelaan ons! Om stil en beschaamd van te worden. Hoe gastvrij zijn wij? ’s Avonds hebben we met de jeugd uit Roemenië een Bijbelstudie over 1 Kor. 12: 8‘vele leden een lichaam’. Of we nu in Oud-Alblas wonen of in Sighisoara we hebben allemaal onze eigen gave en we worden opgeroepen om die te gebruiken tot eer van onze God.

De maandag is een dag die in het teken staat van bezoeken. Allereerst gaan we naar een bejaardenhuis dat gefinancierd wordt door de overheid. De directeur ontvangt ons en vertelt over de grote moeite die hij heeft om het tehuis draaiende tehouden. Zo heeft hij per bewoner 2 euro per dag beschikbaar om hen drie maaltijden te geven. Veel verzorgenden trekken weg omdat ze hier maar 100 euro per maand verdienen en in het buitenland wel tien keer zoveel. Zodoende is er niet alleen gebrek aan geld, maar ook aan personeel. Het is schrijnend om te zien onder welke omstandigheden deze mensen moeten leven.
Daarna brengen we een bezoek aan een bejaardenhuis waar Zsuzsa, een van de Roemeens werkgroepleden, werkt. Dit bejaardenhuis wordt ondersteund door de Lutherse kerk. De omstandigheden zijn hier veel beter dan in het eerste bejaardenhuis dat we bezoeken. Er is plaats voor acht bewoners die veel aandacht krijgen en goed verzorgd worden. Omdat deze mensen veelal Duits spreken, kunnen we met hen communiceren. Ze voelen zich thuis en hebben een goede oude dag.

In Berea staat er een lunch voor ons klaar. Onder het eten kunnen we de indrukken van deze morgen een beetje verwerken. ’s Middags bezoeken we een aantal oude mensen die ondersteund worden door de kerk. Als eerste gaan we naar een ouder echtpaar dat woont op een zigeunerkamp. De man is ernstig ziek. Ds. Biro Istvan leest een gedeelte uit de Bijbel, we bidden met elkaar het Onze Vader en zingen voor hen Psalm 25: 2. Ons volgende bezoek brengt ons bij een oud vrouwtje van 82. Ze heeft jarenlang de klokken van de kerk geluid. Haar kleinzoon is op18-jarige leeftijd gestorven nadat hij door een bloedtransfusie besmet was met AIDS. Vier jaar daarvoor had hij belijdenis gedaan in de gemeente. Voor haar zongen we Psalm 68: 10. Als laatste gaan we langs bij een vrouw van 87. Ze leeft in een klein kamertje in een huis dat bewoond wordt door acht gezinnen. Ze krijgt nooit bezoek en moet rondkomen van 25 euro in de maand. Voor haarz ingen we ‘U alleen, U loven wij!’ Wat is het goed om te zien wat de kerkelijke gemeente van Sighisoara en in het bijzonder de maatschappelijk werkster Joli voor deze mensen betekent. Er zijn veel van deze arme ouderen in de stad die zeer regelmatig bezocht en van het nodige voorzien worden.
Leo en Betty Eijkelenboom brengen deze middag een bezoek aan Emese en Dezső in Boiu. Tijdens het transport van Oud-Alblas naar Roemenië in oktober 2009 zijn er bouwmaterialen vanuit l’Insigne bij hen afgeleverd. Met behulp van deze materialen hebben ze een huis gebouwd. Het was mooi om het resultaat te zien. Aan het eind van het jaar hoopt ditjonge gezinnetje hun intrek te nemen in deze woning.

Na de indrukwekkende bezoeken van deze dag, breekt voor de meesten van ons de laatste avond in Roemenië aan. Als afscheid heeft de Roemeense werkgroep een barbecue voor ons georganiseerd in de tuin van Eva en Ferenc. We eten niet alleen maar zingen ook nog veel liederen met elkaar zowel in het Hongaarsen het Nederlands. Het is goed om samen met onze broeders en zusters in Roemenië de Heere te loven. ‘Heer’, ik prijs Uw grote naam’, klinkt het uit ieders mond! We zijn met veel leden, maar we vormen één lichaam met Christus als ons Hoofd.
Op de morgen van de 10e mei komen we nog een keer bij elkaar in Berea. Voordat we afreizen naar Nederland hebben we nog een korte ontmoeting met de ouderen van de gemeente die wekelijks bij elkaar komen om met elkaar te luisteren naar het Woord en op een ontspannen manier met elkaar bezig te zijn met een handwerkje of een spelletje. Op zondag hebben we allemaal een geborduurd kleedje gekregen dat gemaakt is door de vrouwen die deze morgens bezoeken.

Een taxibus brengt ons weer terug naar het vliegveld. De vlucht naar Weeze verloopt voor spoedig en zo staan we aan het eind van de middag weer op de parkeerplaats bij Berea in Oud-Alblas. Anders dan een week geleden, want we hebben veel stof tot nadenken in onze geestelijke koffers mee teruggenomen. Zowel door alles wat we in Boedapest en Sighisoara gehoord en besproken hebben als door alles wat we gezien hebben. Dat we al deze bagage die we door deze onvergetelijke reis meegekregen hebben zullen gebruiken om elk op onze eigen plaats een getuige te zijn van Jezus Christus in deze tijd!
Namens alle conferentie deelnemers en Roemeniëgangers,
 
Leontine Jabaaij en Betty Eijkelenboom